Dit is deel 2 van mijn Scriptie “De worsteling met Boulimia Nervosa en de verschillende behandelwijzen – De reis naar Balans in je leven” waarin je kunt lezen over de worsteling met Boulimia Nervosa en de verschillende behandelwijzen. In dit deel krijg je uitleg over de ziekte Boulimia Nervosa en bij wie en hoe de ziekte Boulimia Nervosa ontstaat. Val je er middenin? Dan kun je teruggaan naar de inhoudsopgave en of onderaan de pagina klikken naar het vorige deel.


Wat is Boulimia Nervosa?

Een boulimia nervosa patiënt heeft regelmatig last van eetbuien. Onder een eetbui wordt verstaan: het in korte tijd (bijvoorbeeld 2 a 3 uur) eten van een hoeveelheid voedsel die groter is dan wat de meeste mensen in dezelfde periode en onder dezelfde omstandigheden zouden eten.
Kenmerkend voor een eetbui is het gevoel geen controle meer te hebben over het eten, dat wil zeggen niet meer kunnen stoppen en/of kunnen controleren wat en hoeveel je eet. Om gewichtstoename te vermijden grijpen (meestal zijn het meisjes) patiënten steeds naar middelen als zelf opgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen, plaspillen, andere medicatie, vasten of excessieve bewegingen. (Compensatiegedrag)
De eetaanvallen en compensatiegedrag komen beide gemiddeld minstens tweemaal per week voor gedurende drie maanden. Het zelfbeeld wordt voortdurend beïnvloed door de eigen kijk op lichaamsvorm en gewicht.
Een boulimia nervosa patiënt heeft geen ondergewicht zoals de anorexiapatiënte, maar meestal een normaal gewicht (BMI tussen de 20 en 25).
Ze voelen zich meestal te dik, zijn bang om nog verder aan te komen en hebben de wens om af te vallen. Vaak voelen ze zich pas goed over zichzelf als het uiterlijk en gewicht perfect is.
Er zijn binnen de boulimia nervosa patiënten twee typen te onderscheiden.

Purgerende type:
Er is sprake van geregeld zelfopgewekt braken of het misbruik van laxeermiddelen, plaspillen of vocht afdrijvende middelen.

Het niet purgerende type:
Hierbij is sprake van vasten of excessieve beweging, braakt niet expres en gebruikt ook geen laxeermiddelen, plaspillen of vocht afdrijvende middelen.

Boulimia Nervosa is bij mij rondom mijn twintigste levensjaar ontstaan. Voorafgaand was ik al ontevreden over mezelf, probeerde ik te lijnen etc. Ik behoorde tot de purgerende types. Ik had eetbuien, meestal na schooltijd en/of in de avonden en ik braakte dan mijn voedsel weer uit. Ik gebruikte echter geen laxeermiddelen, plaspillen of andere middelen. Wel heb ik een periode vocht afdrijvende thee gedronken, maar niet wetende dat dit slecht was voor mezelf. Kwam uit een reformwinkel en was biologisch.

NAO : Eetstoornis niet anderszins omschreven.

Hieronder vallen de eetstoornissen die niet helemaal voldoen aan de criteria voor de anorexia nervosa patiënten en die niet helemaal voldoen aan de criteria voor de boulimia nervosa patiënten.
Dat is het geval bij bijvoorbeeld;
Vrouwen voor wie wel alle criteria gelden van anorexia nervosa, maar die toch regelmatig menstrueren.
Mensen die wel anorectisch gedrag vertonen en verder aan alle criteria van anorexia nervosa voldoen, maar die ondanks gewichtsverlies toch een gewicht binnen de normale grenzen ligt. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij sportvrouwen, bij wie vanwege het feit dat zij veel spierweefsel hebben het gewicht hoger ligt dan men zou verwachten op grond van hun eetpatroon.
Mensen met boulimia nervosa, bij wie de eetbuien en het compensatiegedrag minder vaak voorkomen dan de frequentie van minimaal tweemaal per week of een duur van minimaal drie maanden.
Mensen die geregeld compensatiegedrag vertonen na het eten van kleine hoeveelheden voedsel maar een normaal lichaamsgewicht hebben; zelf opgewekt braken na het eten van twee koekjes en herhaald kauwen op en uitspugen van, maar niet doorslikken van hoeveelheden voedsel zijn bekende verschijnselen.
En ook de eetbui stoornis Binge Eating Disorder wordt ook tot de categorie NAO gerekend. Kenmerkend voor deze stoornis is dat iemand regelmatig eetbuien heeft zonder compensatiegedrag erna, zoals bij boulimia nervosa. Daarom hebben mensen met een eetbui stoornis meestal een overgewicht. Meestal gaat dit gepaard met grote hoeveelheden voedsel, terwijl je geen honger meer hebt en gevoel hebt dat je barst. Gevoelens van schuldig, neerslachtig, soms walging over zichzelf na het overeten en vanwege dat schuldgevoel weer opnieuw gaan eten, om het gevoel, als het ware weg te eten.

Anorexia nervosa en boulimia nervosa hebben een aantal kenmerken gemeenschappelijk.
Extreme bezorgdheid over gewicht en uiterlijk. Dit uit zich vooral in het voortdurend denken over alles wat met eten, voedsel, gewicht en uiterlijk te maken heeft. Deze onderwerpen nemen meer dan normaal een plaats in de gedachtewereld van anorexia en boulimia nervosa patiënten. De extreme bezorgdheid over gewicht en uiterlijk leidt tot een beklemmende angst voor eten en gewichtstoename. Het uit zich ook in een sterke behoefte om lichaamsprocessen te controleren. Wanneer dat niet lukt, hebben zij het idee gefaald te hebben.
Mensen met een eetstoornis zijn doorgaans niet snel tevreden over hun eigen prestaties. Ze hebben last van strenge normen, waaraan zij moeten voldoen. Doordat ze zulke hoge eisen aan zichzelf stellen, eisen waaraan een normaal mens niet zou kunnen voldoen, hebben zij een chronisch gevoel van tekortschieten, minderwaardigheid en falen. Neiging tot perfectionisme.

Veel voorkomende emoties bij mensen met een eetstoornis zijn schaamte, schuld en verwarring. Schaamte vanuit een gevoel van niet goed zijn, niet de moeite waard zijn. Schuld heeft vaak te maken met het niet voldoen aan de eigen strenge eisen. Verwarring komt voort uit een zwak identiteitsbesef: niet weten wie je bent, wat bij je past en wat je zou willen.

Overmatig bewegen (bewegingsdrang) komt veel voor bij zowel anorexia nervosa als boulimia nervosa. Bij sommige komt dit tot uiting in fanatiek sporten. Anderen houden zich bezig met doelloze activiteiten, zoals trappen op en aflopen of langdurig wandelen. Van belang is het motief: het gaat niet zozeer om het plezier dat bewegen geeft, maar om de verbranding van calorieën. Het doel van het bewegen is afvallen.

Ik voelde mij lelijk en vooral dik. Ik wilde graag slank zijn en net zoals andere meiden, alles aan kunnen qua kleding. Ik was gepest op de lagere school, nadat we verhuisd waren van Brabant naar Leusden. Heb toen een zeer negatief zelfbeeld ontwikkeld en een flinke portie faalangst. Op school presteerde ik matig. Leren ging mij niet gemakkelijk af, ik voelde mij daardoor eveneens minderwaardig. Toen de eetstoornis zich verder ontwikkelde kwam er ook steeds meer angst bij om aan te komen. Mijn gedachtewereld werd in fases overheerst door denken aan voedsel, denken aan lijnen, controle willen hebben, maar daarin maar niet slagen. Ik schaamde mij voor mijn ziekte en dit was dan ook lange tijd een groot geheim. Om een voorbeeld te noemen, mijn eerste vriendje… van mijn 21e tot mijn bijna 24e heeft nooit geweten dat ik boulimia nervosa had.
Het chronische gevoel van tekortschieten is heel herkenbaar. Ik dacht dat ik toch nooit kon voldoen aan de verwachtingen van anderen en aan de verwachtingen van mezelf al helemaal niet. Ik wist niet wie ik écht was, ik was al jaren bezig met hoe willen anderen mij zien.

Bij wie en hoe ontstaat Boulimia Nervosa?

Een eetstoornis is het resultaat van een complexe interactie tussen persoonlijke ervaringen, en biologische, psychologische en sociale factoren. Iedereen kan een eetstoornis krijgen. Uit de klinische praktijk en uit onderzoek is echter gebleken dat eetstoornissen voornamelijk voorkomen bij vrouwen in de midden – en hogere sociale klassen van de westerse culturen.
Volgens Amerikaanse studies komt boulimia nervosa voor bij 4,5 procent van de vrouwelijke eerstejaars studenten in het hoger onderwijs. En bij oudere vrouwelijke studenten lopen de percentages zelfs op van 12 procent tot 35 procent. (M. Vervaet, de Veilige Hel, 2002)
Boulimia nervosa doet zich meestal voor in de latere adolescentie. Bij de meeste patiënten beginnen de symptomen voor de leeftijd van 25 jaar. Tijdens deze adolescentiefase kan de overgang naar volwassenheid veel angst met zich mee brengen. Ontwikkelen van vermogen om een gelijkwaardig contact aan te gaan, zelfstandigheid op gebied van beslissingen nemen en verantwoordelijkheden aangaan. Het versterken van emotionele autonomie. (Controle hebben over eigen emoties, assertief zijn) Bij het ontstaan van boulimia nervosa is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen. Een aantal factoren vergroten de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een eetstoornis (Cooper, 1995)

Psychologische factoren: Aspecten van iemand zijn persoonlijkheid kunnen de kans op de ontwikkeling van een eetstoornis vergroten. Mensen die vanuit onzekerheid of vanuit een overmatig verantwoordelijkheidsgevoel een sterke neiging hebben om zichzelf aan te passen aan de omgeving en te voldoen aan de wensen van anderen lopen een groter risico. Vaak heeft de eetstoornis dan de functie om een gevoel van controle over zichzelf en het leven te krijgen.

Lichamelijke risico factoren: Overgewicht in de voorgeschiedenis is een belangrijke voorspeller van de latere ontwikkeling van een eetstoornis. Mensen met een overgewicht zijn eerder geneigd om te gaan lijnen en lijnen vergroot de kwetsbaarheid voor de ontwikkeling van een eetstoornis.

Ingrijpende gebeurtenissen: Dit kan gaan om een grote verandering, zoals het overlijden van iemand van wie men houdt, een verbroken relatie, het meemaken van een verkrachting of incest.

Risicofactoren in de familie: Uit onderzoek (promovenda Rita Slof-Op ’t Landt, 2011) komt enig bewijs naar voren voor een genetisch bepaalde aanleg voor het krijgen van een eetstoornis. Aanleg alleen is echter vaak niet voldoende om ook daadwerkelijk een eetstoornis te ontwikkelen. Opvoedingsfactoren spelen hierbij ook een rol. Soms heeft een van de ouders een eetstoornis en ligt in het gezin sterk de nadruk op uiterlijk en gewicht. Ook kan het leveren van prestaties een norm zijn in het gezin. Het kind leert dat alleen het beste wordt gewaardeerd en neemt dit perfectionisme over. En hoe in het gezin met emoties wordt omgegaan kan een rol spelen bij de ontwikkeling van een eetstoornis. Bijvoorbeeld als iemand de boodschap meekrijgt dat laten zien van emoties een teken van zwakte is, zal deze de neiging hebben om emoties op te potten. Mensen zoeken dan andere uitwegen om emotionele spanningen kwijt te raken.

Sociale en culturele factoren: Deze factoren hebben invloed op de opvattingen van mensen over uiterlijk en over wat mooi en lelijk is. Deze norm kan je afleiden uit het ideaalbeeld dat in de reclamewereld geschetst wordt. Dikke mensen bijvoorbeeld worden al gauw als lui en zwak gezien. Het vergt veel zelfvertrouwen om tegen de druk uit de maatschappij in te gaan.
Ook in beroepsgroepen waar strikte slankheidsnormen heersen, is een verhoogd risico vastgesteld. Professionele dansers en modellen, zowel mannen als vrouwen, blijken vaak anorectisch gedrag te vertonen. Een groot aantal professionele sportmensen blijkt ook gewicht controlerende technieken zoals zelf opgewekt braken, en veel laxeer- en vocht afdrijvende middelen te gebruiken.

Naar mijn idee liggen de oorzaken van het ontstaan van een eetstoornis meestal dieper.
In de literatuur wordt daar nog weinig over geschreven. Het overmatig eten en braken is een symptoom van een dieperliggende oorzaak.
Ik denk dat ik mij zelf ben kwijtgeraakt en leefde vanuit een niet reëel zelfbeeld. Ik voelde innerlijke leegte en die wilde ik opvullen, vermijden en vooral niet voelen. De eetstoornis was een overlevingsstrategie. Een afleiding en opvulling voor mijn werkelijke gevoelens.
Daarnaast voelde ik in mijn opvoeding dat er weinig aandacht en ruimte was voor mijn individuele wensen, gevoelens en ideeën. Ik kreeg voornamelijk mee me te richten op anderen, zorgzaam zijn naar anderen en klaar staan voor anderen. Dit was namelijk hetgeen mijn ouders hadden geleerd en meegekregen en zelf ook deden. Ook voelde ik waarschijnlijk een periode minder ruimte door spanningen thuis. Ik offerde mij als vanzelfsprekend op. Ik was niet belangrijk, de ander. Conflicten werden bij ons thuis liever vermeden en negatieve gevoelens werden niet openlijk geuit. Ik was zeer sensitief en voelde dit soort dingen haarfijn aan. Hierdoor ontwikkelde ik weinig ideeën over wat ik zelf zou willen en wie ik zelf was. Ik voelde me onzeker, was bang om te falen en vond het lastig om mijn eigen gevoelens en meningen te uiten. Daarnaast is er bij mijn ouders ook veel onzekerheid en perfectionisme in hun karakter terug te zien en ben ik vrij beschermend opgevoed.



Worstel jij met Boulimia Nervosa?
Of ken je iemand uit je omgeving en heb je een specifieke vraag?

Ik ben ervaringsdeskundige en gespecialiseerd in dit thema.
Bel gerust (06-54 71 54 67) of stuur een e-mail via de contact pagina ›

 

Attribution original picture | Attribution user | Attribution 2.0 Generic