Dit is deel 7 van mijn Scriptie “De worsteling met Boulimia Nervosa en de verschillende behandelwijzen – De reis naar Balans in je leven” waarin je kunt lezen over de worsteling met Boulimia Nervosa en de verschillende behandelwijzen. In dit deel krijg je uitleg over de behandeling van Boulimia Nervosa in de meeste “reguliere” instellingen en kun je lezen wat de behandeling van Boulimia Nervosa betekent binnen de ervaringsgerichte psychosociale therapie. Val je er middenin? Dan kun je teruggaan naar de inhoudsopgave en of onderaan de pagina klikken naar het vorige deel.


Behandeling Boulimia Nervosa in meeste instellingen

Bij de meeste behandelingen van eetstoornissen ligt de nadruk op “eten” en op gewicht blijven en/of komen. Normalisatie van het eetpatroon staat centraal en het is belangrijk dat er gestopt wordt met de gewicht controlerende maatregelen, zoals braken, laxeren en overmatig bewegen. Vaak wordt er op gedragsniveau gewerkt. (Cognitieve gedragstherapie) Binnen deze vorm van therapie komen er allerlei technieken bij: zelfcontroletechnieken, psycho-educatie, veranderen van irrationele gedachten, dieetmanagement, cue exposure, lichaamsbeeldtherapie enzovoort.
Deze vormen van therapie leren de Boulimia Nervosa patiënt weer greep te krijgen op eetgewoonten, ze leren de patiënt hun ideeën bij te stellen t.a.v. voedsel, hun lichaam en gewicht. Ze leren eten op gepaste tijden, ze krijgen een eetschema en eten ook voedsel die lastig voor hen is. Ze leren dat elke keer dat ze drang tot eten voelen, alternatieve activiteiten zoeken, zoals oefeningen doen, telefoneren of vrienden bezoeken.
Ze analyseren de gemoedstoestand die aan een eetbui vooraf gaat en krijgen methoden aangereikt om op een andere manier met gevoelens om te gaan. Ze leren anders denken over eten, gewicht en zelfbeleving. Ze leren in een groep elkaar feedback geven, hun mening uiten en er word gewerkt aan zelfvertrouwen. De nadruk ligt op innerlijke autonomie, zelfbesef en zelfverantwoordelijkheid. Verder is bij deze vorm van behandelen het uitgangspunt dat ieder mens een biologisch bepaald normaalgewicht heeft en dat eetbuien ontstaan omdat lijners onder hun natuurlijke gewicht komen. De stofwisseling vertraagt en eetbuien dienen zich aan om een positieve energiebalans en dus gewichtstoename te bewerkstelligen. Volgens deze theorie zullen eetbuien verdwijnen als je voldoende en regelmatig eet. Lijnen blijkt mensen ontvankelijker te maken om te overeten als ze zich somber, angstig, verveeld en gespannen zijn. Het ongecontroleerde overeten ervaren ze als falen en om de mislukking te corrigeren dwingen ze zichzelf nog strenger te lijnen. De kans op mislukkingen nemen daardoor toe, de stemming daalt en de zelfwaardering neemt verder af.
Hoe beter het inzicht in situaties die de eetbuien uitlokken, hoe beter ze in staat worden geacht om vroeg in te grijpen in de reeks gedragingen die uiteindelijk tot een eetbui leiden. Ze leren om niet toe te geven aan de eet drang en het op zijn minst moeilijker te maken om te gaan eten: gaan wandelen, telefoneren, internetten etc. Alternatieven.
Tijdens de afsluitfase van de behandeling wordt er een eigen preventieplan gemaakt om een terugval in de eetstoornis te voorkomen. Om te laten lezen aan een ‘signaal’ persoon in de omgeving, zodat deze weet hoe te handelen in geval van crisis en als houvast in sombere overpeinzingen.

Aanpak behandeling Boulimia binnen de EPT

De methodiek van de ervaringsgerichte psychosociale therapie vindt zijn grondslag in de stroming van de experiëntiële gezinstherapie van Walter Kempler, Carl Whitaker en Virginia Satir.
De belangrijkste kenmerken voor deze vorm van therapie zijn:
De methodiek is zowel op de individuele cliënt gericht (helpen met jouw probleem) als op het systeem (betrekken van belangrijke anderen bij het hulpverleningsproces)
De methodiek is zowel op het probleem gericht (taakgericht probleemoplossend werken) als op de onderliggende problematiek (procesgericht werken: onderkennen en aanpakken van disfunctionele gedragspatronen)
De methodiek is gericht op het ontwikkelen van de autonomie van de cliënt, als op het realiseren van deze zelfstandigheid in verbondenheid met en zorg voor significante anderen.
De methodiek is zowel gericht op de zorg voor de cliënt en het ontwikkelen van een goede samenwerkingsrelatie met jou, als gericht op zorg van de hulpverlener voor zichzelf als beroepspersoon.
De methodiek is zowel directief, door het direct, actief structureren van communicatieprocessen en het doelgericht werken door onder meer destructieve interactieprocessen te blokkeren en productieve te stimuleren, als non-directief door een invoelende, ondersteunende houding op grond waarvan de cliënt kan ontdekken wat hij zelf denkt, wilt en voelt. Precies datgene wat vaak voor een boulimia nervosa patiënt lastig is.
De methodiek is zowel op het heden gericht, dat wil zeggen op dat wat zich afspeelt in het huidige leven van de cliënt in het hier en nu en in de actuele hulpverleningsrelatie, als dat er oog is voor het verleden (waardoor is de cliënt geworden tot wie hij nu is) en de toekomst (wat wil de cliënt met zijn leven)
De methodiek is zowel gestructureerd door systematisch stap voor stap te werken aan het doel als flexibel door ruimte in te bouwen voor de persoonlijke behoeftes en reacties van cliënt en hulpverlener.
De methodiek is zowel gericht op het aanleren van nieuwe gedragingen, persoonlijke vaardigheden en nieuwe wijzen van waarnemen en denken als gericht op het gewaar en bewust worden van (niet toegestane) gevoelens en behoeften.
Je kunt een open, persoonlijke en betrokken manier van werken verwachten van de therapeut.

De therapeut laat de cliënt bijvoorbeeld stilstaan bij zichzelf, haar gevoelens, lichamelijke sensaties, behoeften en gewaarwordingen. Tevens laat hij ze reflecteren over zichzelf, over de gevoelens, behoeften en gedragingen, hoe ze samenhangen met vroegere ervaringen, welke nieuwe keuzes er gemaakt kunnen worden en hoe ze anders naar zichzelf kunnen kijken en over zichzelf kunnen nadenken. De therapeut laat ze hun eigen aandeel zien in de interpersoonlijke problemen en hoe ze deze op grond daarvan anders kunnen gaan opstellen.
Meisje 22 jaar komt met eetproblemen bij de therapeut. Het valt de therapeut op dat het meisje veel lacht, zenuwachtig overkomt, doordat ze telkens aan haar mouw zit te plukken.
De therapeut vraagt het meisje hoe ze er vandaag bij zit. Het meisje laat weten dat het niet zo goed gaat en krijgt tranen in haar ogen. De therapeut vraagt of ze er wat meer over wil vertellen. Het meisje geeft aan dat het een waardeloze week is geweest, ze heeft eetbuien gehad en geeft aan er geen vertrouwen in te hebben dat ze er ooit vanaf komt. Het afvallen wil niet lukken en ze weet niet meer wat ze moet.
De therapeut ziet in haar houding en de manier waarop ze praat dat ze boos is en dat er ook veel verdriet onder zit. De therapeut geeft het meisje terug dat hij de indruk heeft dat ze eigenlijk heel boos is en vraagt of dat klopt. Het meisje knikt bevestigend dat ze zo ontzettend kwaad is op zichzelf. Ze snapt zichzelf gewoon niet, waarom kan ze niet gewoon normaal doen. De therapeut voelt bij zichzelf dat het pijnlijk is om te zien hoe het meisje met zichzelf omgaat en zichzelf afstraft en geeft dit ook aan het meisje terug.” Ik vind het pijnlijk om te zien dat je zo boos bent op jezelf, want daarmee straf je jezelf en dat zal je niet helpen”. De therapeut vraagt het meisje om zich te verplaatsen in een moeder positie en dan te kijken naar zichzelf, wat zou ze tegen haar dochter zeggen als deze zo over zichzelf praat? Het meisje schiet vol en geeft aan dat ze zou zeggen dat het wel goed komt en dat het niet erg is dat het niet gelukt is. De therapeut laat weten het mooi te vinden dat ze dit zegt. Dit is namelijk wat ze nodig heeft. Niet zichzelf afstraffen, maar liefdevol naar zichzelf kijken. De tranen zitten nog steeds hoog en de therapeut laat het meisje weten dat hij dit ziet. Hij laat weten dat dit okay is en dat het ook verdrietig is. Verdrietig te zien hoe ze met zichzelf om gaat, terwijl ze zo hard aan het werk is.

Hiervoor is het nodig dat de therapeut ook stilstaat bij zijn eigen gewaarwordingen, waarnemingen en gevoelens en daar eveneens actief over reflecteert, conclusies trekt en op grond daarvan interventies doet. Want alleen als de therapeut ook naar zijn eigen gewaarwordingen kijkt en dit deelt en/of er persoonlijk op reageert, kan de cliënt een bewustwordingsproces in, een goed voorbeeld krijgen en/of aan de slag met inzichten, gevoelens en gewaarwordingen die boven komen.
Ervaringsgerichte Psychosociale therapie richt zich op de actuele interactie in en tussen mensen, op dat wat zich onmiddellijk, op dat moment afspeelt. Door de stijl van hoe mensen met elkaar omgaan te bestuderen, maar ook aandacht te schenken aan het eigen innerlijke proces, de eigen positie van wat je als therapeut vindt van wat er gebeurt en wat je daarmee wil.

De therapeut heeft respect en belangstelling voor jou als cliënt en de behoefte om iets voor je te betekenen. Hij/ zij heeft eigenwaarde en zelfrespect dat hij gehoord wil worden door de cliënt en met respect behandeld wenst te worden. Hij is bereid om fouten te erkennen, wanneer hij ontdekt dat hij die heeft gemaakt. Soms heeft de therapeut het bij het verkeerde eind, zegt hij iets verkeerds of op een ongelukkige toon. De therapeut hoeft niet volmaakt te zijn. De enige ernstige fout die hij kan maken, is dat hij niet bereid is te erkennen dat hij een fout heeft gemaakt.

Bovenstaande is m.i. van groot belang omdat je een voorbeeld bent voor je cliënten. Door ook goed naar jezelf als therapeut te kunnen kijken en te kunnen reflecteren op je eigen handelen kun je ook van belang zijn voor de ander en als je daar open en transparant in kunt zijn, help je m.i. de cliënt het beste. Een proces van samenspel. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je i.p.v. respect of belangstelling irritatie voelt t.o.v. je cliënt. Dit zegt iets over de therapeut, maar eveneens over de cliënt. Dat is dan interessant om uit te zoeken met elkaar. Belangrijk is dan dat de therapeut zichzelf serieus neemt en deze irritatie ook uitspreekt. Het gaat dan dus niet om de irritatie t.o.v. de cliënt als persoon, maar om zijn gedrag. Alleen zo leer je van en met elkaar en kun je ontdekken welk gedrag ervoor zorgt dat er irritatie komt. Het kan de cliënt inzicht geven in zijn gedrag en wat hij doet in contact met anderen. Want als de therapeut er irritatie van oploopt, kan het zijn dat dit ook in andere situaties voorkomt.

Door daar inzicht in te krijgen, ben je in proces en leer je beidde van elkaar.

Voorbeeld:
Therapeut vraagt aan het meisje hoe het voor haar is dat je niet merkt aan haar vader dat hij luistert. Kun je je vader daar meer over vertellen? Meisje reageert en geeft aan dat hij altijd over zichzelf praat en dat ze die verhalen wel kan dromen. De therapeut laat het meisje nogmaals weten dat het geen antwoord is op zijn vraag. Therapeut; “Ik wil graag weten wat je ervan vind dat je aan hem niet kunt merken dat hij luistert? Het meisje reageert met dat ze gewend is dat hij niet luistert, dat ze zich er niet meer aan stoort en gewend is om ermee te leven.
Therapeut: “Ik begrijp dat je eraan gewend bent en ermee hebt leren leven, maar toch vind ik iets niet prettig aan je reactie. Zoals je praat, klaag je wel veel over je vader, maar je verteld hem niet waar jij last van hebt. Meisje: “Wat zou ik dan moeten zeggen? Ik heb alles al geprobeerd. Therapeut: “Je hebt vast al van alles geprobeerd, maar ik zie dat je niet vertelt wat je ervan vindt dat je vader niet op je reageert. En eigenlijk doe je bij mij precies hetzelfde. Je reageert ook niet op mij, maar je praat over zijn slechte gedrag. Maar je zegt niets over waar jij mee zit en je reageert ook niet op wat ik van je vraag.
Meisje laat weten het niet meer te begrijpen. De therapeut: “Ik vraag je een aantal keer wat jij ervan vindt dat je vader niet naar je luistert, of je dat prettig vindt of onprettig, maar je geeft mij geen enkele keer antwoord.

De ervaringsgerichte psychosociale therapie ziet hulpverlening als een proces. Een zoektocht van de therapeut en cliënt tezamen over wat de problemen van de cliënt zijn, waardoor deze problemen zijn ontstaan en waardoor ze in stand gehouden worden. En last but not least hoe ze weer opgelost kunnen worden, wat de cliënt daaraan kan bijdragen, wat de therapeut daaraan kan bijdragen en hoe ze daarbij samen kunnen werken. Dit samenwerken is ook een proces, ook een gezamenlijke zoektocht. In die zoektocht zijn de therapeut en cliënt medestanders, ze zijn gericht op hetzelfde doel: hulp aan de cliënt. Maar in die zoektocht zijn ze ook tegenstanders, in die zin dat ze tegenover elkaar staan en verschillende ervaringen, gedachten, gevoelens en belevingen en behoeften hebben. Het is een zoektocht van beiden om er voor te zorgen dat deze verschillen productief worden, dat de cliënt daarmee geholpen wordt en dat als het even kan de hulpverlener zelf ook groeit aan dit samenwerkingsproces. Binnen de reguliere behandelingen van Boulimia Nervosa heb je niet te maken met één vaste therapeut, maar met diverse therapeuten, begeleiders en een eindverantwoordelijke psychiater. De nadruk ligt niet op een gezamenlijke zoektocht tussen de therapeut en cliënt, maar is veelal gebaseerd op een vastgesteld programma waar er weinig ruimte is voor jou als bijzonder individu. Er is een vast programma en protocol die gevolgd gaat worden en het is niet een op maat gesneden programma zoals hierboven beschreven binnen de ervaringsgerichte psychosociale therapie.



Worstel jij met Boulimia Nervosa?
Of ken je iemand uit je omgeving en heb je een specifieke vraag?

Ik ben ervaringsdeskundige en gespecialiseerd in dit thema.
Bel gerust (06-54 71 54 67) of stuur een e-mail via de contact pagina ›

 

Attribution original picture | Attribution user | Attribution 2.0 Generic