Dit is deel 9 van mijn Scriptie “De worsteling met Boulimia Nervosa en de verschillende behandelwijzen – De reis naar Balans in je leven” waarin je kunt lezen over de worsteling met Boulimia Nervosa en de verschillende behandelwijzen. In dit deel krijg je uitleg over systeemgericht werken. De psychosociale en systeemgerichte benadering bij behandeling van Boulimia Nervosa. En vertel ik wat over herstel en preventie. Val je er middenin kun je teruggaan naar de inhoudsopgave en of onderaan de pagina doorklikken naar het vorige of het volgende deel.


Individuele hulpverlening als gangbare praktijk

Het merendeel van cliënten meldt zich individueel aan en wordt in de meeste praktijken individueel geholpen. Op zich is dit te begrijpen. Cliënten zoeken hulp voor hun eigen problemen. Hiermee geven ze terecht vorm aan hun eigen verantwoordelijkheid voor het eigen leven. Een Boulimia Nervosa cliënt zal vaak ook zichzelf aanmelden voor hulp. De kans is eveneens aanwezig dat er eerst een andere hulpvraag is, voordat bekent wordt dat er eveneens een eetstoornis speelt. Dit omdat de schaamte voor een eetstoornis als Boulimia Nervosa groot is. Tevens zijn dit vrouwen die gewend zijn weinig tot geen hulp te vragen en veelal alles alleen doen en vinden dat ze het alleen moeten oplossen.

Door deze individuele hulpvraag te honoreren en de cliënten in individuele behandeling te nemen, kan wel degelijk goede hulp geboden worden, echter het is van belang direct vanaf het begin te kijken of het lukt een belangrijke andere (ouders, partner, vriendin) te betrekken bij de hulpverlening.

Voor Boulimia Nervosa is het belangrijk een goede samenwerkingsrelatie op te bouwen en wanneer het niet lukt de omgeving direct te betrekken, in een later stadia te kijken of belangrijke anderen betrokken kunnen worden bij de hulpverlening. Tevens is het vaak zo dat ouders hun ‘probleemkind’ aanmelden voor een individuele diagnose, behandeling, omdat zij denken dat hun kind wat mankeert en dat het specialistische hulp nodig heeft. De cliënt aanmelden voor hulp en daarmee overdragen aan iemand die hem wel kan helpen lijkt vaak de oplossing.

Het ontbreekt naar mijn idee nog wel eens aan inzicht bij de reguliere instellingen dat persoonlijke relaties een positieve invloed kunnen hebben op de individuele, persoonlijke groei en op het individuele symptoomgedrag. En de indruk is dat daardoor de therapeut en/of instelling kiest voor voornamelijk een individuele behandelingsstrategie. De keuze om individueel te werken is vaak een gebrek aan kennis en vaardigheid om in de hier en nu situatie actief en direct in te kunnen gaan op destructieve interacties die zichtbaar worden tijdens een gezinsgesprek en waarmee je juist iets kunt bereiken. Daarnaast blijkt dat wanneer de ouder het ‘probleemkind’ aanmeldt voor een behandeling van Boulimia Nervosa de kans op slagen minimaal is. Het is belangrijk dat er een interne motivatie is voor verandering en herstel, anders heeft een behandeling geen zin. De cliënt moet het voor zichzelf doen, niet voor de ouders. En de ouders hebben ook een probleem, waar je ze bij zou kunnen ondersteunen. Het probleem waar je met ouders naar zou kunnen kijken is, hoe zij als ouders/ partner Boulimia Nervosa ervaren. Waarbij ze bijvoorbeeld voornamelijk aanlopen tegen onmacht. Niet weten wat ze eraan kunnen doen, niet weten hoe erop te reageren. Hier zou je het hele gezin dus bij kunnen ondersteunen, omdat ieder in het gezin invloed heeft op en “last” heeft van de problemen. Binnen de reguliere behandel trajecten ligt de focus op de individuele cliënt en het symptoomgedrag en zijdelings, later in het traject, wordt het gezinssysteem betrokken, echter alleen wanneer de cliënt daarvoor open staat. En wat vaak gebeurt is dat er maar één of twee gezinsgesprekken plaatsvinden met het gezin van herkomst, waarbij de nadruk ligt op uitleg van de ziekte en hoe er in het gezin mee omgegaan kan worden. Echt interactiepatronen, gezinspatronen doorgronden en met elkaar groeien en leren lijkt niet aan de orde.

De systeembenadering

Wij kunnen niet veranderen zonder anderen

Met gebruikmaking van systeemtheoretische uitgangspunten ziet de systeemtherapie een gezin als een eenheid of geheel dat niet meer alleen wordt bepaald door de individuen, maar dat als systeem zijn eigen wetten volgt, die niet slechts zijn af te leiden uit de kennis van de individuen.

Als reactie op de individuele verklaringsmodellen van met name de psychoanalyse, zien de systeemtherapeuten niet langer het individu als bepalend voor de interactie, maar het interactiesysteem als bepalend voor het individueel gedrag. Het ene gedrag, volgt het andere gedrag op. Het is niet los van elkaar te zien. Net zoals het kip en het ei. Wat eerst is geweest is niet duidelijk, maar in het hier en nu heb je te maken met gedrag en interacties die elkaar opvolgen. Je wordt wie je bent, mede door anderen en je kunt niet veranderen zonder anderen.

Het gezin wordt in zijn geheel gezien als de cliënt die om hulp vraagt en niet de alleen de aangemelde cliënt.

De psychosociale benadering

De taak en de functie van de psychosociale hulpverlener/ therapeut is de cliënt en zijn omgeving hulp te bieden door een verbetering van de individuele klachten en van hun onderlinge relatie. De situatie is echter vaak dat een persoon uit het gezinssysteem zich aanmeldt. Meestal gaat deze aangemelde cliënt ervan uit dat hij zelf het probleem is en meestal denkt de omgeving er net zo over. Wanneer partners of ouders hun partner of kind naar de hulpverlening sturen, gebeurt er hetzelfde: één persoon wordt als probleem naar voren geschoven.

De individuele cliënt gaat ervan uit dat zijn omgeving hem niet kan helpen en wil ze vaak ook niet belasten met zijn of haar problemen. Voor de cliënt zijn er dan ook weinig redenen om belangrijke anderen bij de therapie te betrekken. Voor de omgeving is die reden er soms ook niet. De omgeving vind zelf dat zij het probleem niet zijn en vaak hebben zij, denken zij, alles al geprobeerd om de cliënt te helpen. Boulimia Nervosa wordt eveneens vaak gezien als een individueel probleem, waar ouders vaak of niks vanaf weten (nog steeds een geheim) en/of met hun handen in het haar zitten en niet weten hoe ermee om te gaan.

De psychosociale benadering biedt eigenlijk een soort tussenweg tussen de individuele en systeembehandeling.

In veel gevallen zijn ouders, kinderen, partners en/of belangrijke anderen, mits op de juiste manier uitgenodigd, best bereid deel te nemen aan de gesprekken. Als therapeut ga je ervan uit dat de partner/ ouders een positieve bijdrage aan de behandeling kunnen leveren. Bij Boulimia Nervosa is dit eveneens een belangrijk item.

Veelal ligt in het gezin van oorsprong de nadruk op presteren en heeft het kind van jongs af aan geleerd om zichzelf weg te cijferen en de ander belangrijk te maken. Het kind of jongvolwassene voelt vaak een diepe leegte. Ouders kunnen dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan herstel en genezing wanneer het gezin als geheel leert om anders met elkaar en zichzelf om te gaan.

Kenmerkend voor de psychosociale benadering is dat ze een drievoudige gerichtheid heeft.

In de eerste plaats is deze erop gericht aan te sluiten bij de behoefte van de cliënt (hulp bij zijn individuele probleem)

In de tweede plaats richt deze zich op het probleem dat de partner/ ouders en/of andere belangrijke hebben hoe zij zo goed mogelijk met de cliënt om kunnen gaan en sluiten ze aan bij de behoefte van de partner/ ouders om mee te werken aan de therapie als echtgenoot/ ouder en niet als cliënt.

In de derde plaats heeft deze oog voor hoe de cliënt en omgeving met elkaar omgaan, welke interacties het individuele probleemgedrag versterken of in stand houden en welke het verminderen.

Als therapeut kijk je dan ook naar drie soorten problemen. Het eerste probleem is het symptoomgedrag waarvoor de cliënt hulp vraagt. Boulimia Nervosa, de eetbuien, overgeven is het eerste probleem. Het tweede probleem waar je naar kijkt is hoe ouders en/of partner de Boulimia Nervosa ervaren. Waarbij ze bijvoorbeeld voornamelijk aanlopen tegen onmacht. Niet weten wat ze eraan kunnen doen, niet weten hoe erop te reageren. En bij het derde probleem kijk je als therapeut hoe de gezinsinteracties verlopen, waarbij bijvoorbeeld duidelijk word dat de Boulimia Nervosa niet serieus genomen wordt en ouders ergens vinden en uitstralen dat hun dochter maar gewoon normaal moet gaan eten. Of één van de ouders blijkt bijvoorbeeld eigen problemen te hebben gehad, waardoor er geen ruimte en aandacht was voor het kind en deze zichzelf is gaan wegcijferen. Het is dan belangrijk te kijken of deze ‘afwezige’ ouder nu wel oog heeft voor de problemen van dochter en te kijken of het hen lukt dit onderling uit te laten spreken naar elkaar en te kijken of de ‘afwezige’ ouder nu een ‘aanwezige’ ‘gezonde’ volwassene kan worden. Hiervoor is het wederom belangrijk dat de therapeut het ‘goede’ voorbeeld laat zien en kijkt naar de interactiepatronen, waarbij de therapeut kijkt naar wat mist er. Kijkt naar zijn / haar eigen ideeën, gedachten en gevoelens en persoonlijk reageert naar de cliënten.

De psychosociale en systeemgerichte benadering bij behandeling Boulimia Nervosa

Bij een individuele aanmelding met de vraag voor hulp bij een eetstoornis, lijkt het wenselijk in eerste instantie aan te sluiten bij de wens en de vraag van de cliënt. Aangezien er veelal veel schaamte is en soms ook nog een groot ‘geheim’ naar de belangrijke anderen in de omgeving is de kans groot dat je de cliënt verliest en/of afhaakt als je teveel druk zet om direct met het gezin te komen en/of zijn/ haar partner. Het is belangrijk de cliënt wel te vragen of er iemand is, in de nabije omgeving die hem/ haar kan ondersteunen bij het eerste intakegesprek. Mocht de cliënt met iemand samen komen, kun je bekijken of deze persoon ook in het verdere traject een rol kan blijven spelen, ter ondersteuning.

Binnen de behandeling van Boulimia Nervosa is het belangrijk aan te blijven sluiten bij de behoeften, wensen van de cliënt, maar tegelijkertijd als therapeut jezelf en je behoeftes serieus blijven nemen en zo spoedig mogelijk toe werken naar opdrachten om met de omgeving te doen en de omgeving, gezin, partner te betrekken en systeemgericht verder te werken.

Belangrijk is samen met de cliënt de onderliggende behoefte te zoeken. De dieperliggende oorzaak van het ontstaan van de eetstoornis. Zodra dat helder is, is het van belang het relationele veld, het systeem te betrekken. Veelal gaat het om een gevoel van eenzaamheid, gezien willen worden. Tevens is er vaak in het gezin van oorsprong sprake van moeite met conflicten, moeite met emoties en kwetsbaarheid. Het relationele veld heeft invloed op deze gevoelens van eenzaamheid en gezien worden. En het relationele veld heeft eveneens invloed op hoe er onderling omgegaan wordt met emoties, verdriet en boosheid. Je kunt dan bijvoorbeeld aan het systeem vragen hoe hij bijvoorbeeld zijn vrouw ziet, of hoe de moeder of vader van het kind hun dochter zien. Daarnaast kun je het systeem helpen om emoties met elkaar te delen, dingen constructief uit te spreken die zijn blijven liggen en van belang zijn voor herstel. Leren om als gezin constructief met elkaar te praten, te delen en elkaar te leren ondersteunen.

Bijvoorbeeld meisje, samen met vader/ moeder.

Uit de gesprekken is gebleken dat het meisje weinig gezien is. Vader was veel afwezig en moeder had individuele problemen. In het gezin zijn ze niet gewend conflicten te hebben, laat staan uit te spreken. Over gevoelens wordt eigenlijk niet gesproken. Als therapeut kun je het meisje helpen uit te spreken naar haar ouders wat ze heeft gemist en wat ze graag zou willen. (Haar behoeften)

“Papa omdat je veel weg was, heb ik je erg gemist thuis. Hierdoor had ik het gevoel dat ik voor mama moest zorgen en dat was niet fijn. Ik heb dit nooit durven uitspreken, bang dat jullie boos zouden worden of teleurgesteld in mij zouden zijn.

Hier laat je daarna als therapeut, ouders op reageren en kijkt hoe ze dit doen. Horen ouders het gemis en de wens/ behoefte? Hoe reageren ze erop?

Moeder: “Hoe kom je erbij dat we teleurgesteld zouden zijn? Je hebt heel goed voor mij gezorgd en ik wist toen niet hoe ik het anders moest doen. Therapeut vraagt vervolgens aan vader of hij ook wil reageren op wat dochter gezegd heeft. Vader: “Het klopt dat ik veel afwezig was, ik wist niet hoe ik om moest gaan met de problemen van je moeder en eigenlijk vluchtte ik. Therapeut: “En kunnen jullie ook aan je dochter vertellen, hoe dit voor jullie is geweest en wat jullie ervan vinden wat je dochter zegt? Ik hoor namelijk niet, hoe jullie dit hebben ervaren en écht een reactie op wat jullie dochter jullie net heeft gezegd.

Zodra hierin herstel komt en verbetering, zal er heling plaatsvinden, bij onrust, spanningen zullen de gezinsleden leren dit eerder uit te spreken i.p.v. uit de weg te gaan. Er komt meer plaats voor liefde, aandacht en gezien worden. Autonomie van de cliënt zal steviger worden, zonder dat de verbondenheid aangetast wordt.

Je gaat werken aan de toegestane en niet toegestane delen. Het omarmen en accepteren van datgene wat ze liever uit de weg gaan. Toewerken naar een liefdevolle ouder voor zichzelf worden. En de omgeving kan daarbij helpen, maar doet dit vaak op een tegenwerkende manier. Het gat van leegte kun je nooit alleen opvullen en zijn belangrijke andere voor nodig om heel te worden. Wanneer dit mogelijk is met het gezin van oorsprong, zou dit m.i. het beste en meest effectief zijn. Wanneer dit niet mogelijk is, is het belangrijk de directe omgeving, partner, familie en/of belangrijke anderen erbij te betrekken.

Herstel en Preventie

Eetstoornissen kan je zien als een heel ineffectieve, pijnlijke en gevaarlijke methode die patiënten onbewust aangrijpen om te kunnen omgaan met moeilijkheden en botsingen die de persoonlijkheidsontwikkeling met zich meebrengt.

Herstel van een eetstoornis duurt jaren. Na ongeveer 5 jaar kun je pas een duidelijke prognose maken. Ongeveer de helft is dan hersteld, 30 procent blijft kampen met symptomen, 20 procent blijft in de eetstoornis vastzitten. Terugvallen blijft mogelijk, zeker tijdens momenten van hoge stress of als door omstandigheden weer gewicht is verloren of toegenomen. Maar zelfs na twintig of dertig jaar met een eetstoornis kan je nog herstellen. Het is een moeilijke weg, maar het is zeker haalbaar. En de prognose van herstel hangt m.i. grotendeels af van de motivatie, de vorm van behandeling, het persoonlijkheidsprofiel van de betrokkene, hoe sterk de sociale angst is en hoeveel moeilijkheden er zijn in het gezin. Herstel wordt vergemakkelijkt als belangrijke anderen, het systeem positief aan het herstel meewerken en de patiënt stimuleren gevoelens te uitten, conflicten op te lossen, initiatieven te nemen, je sterken in je zelfvertrouwen en je positieve lichaamsbeeld bevestigen. Nieuwe ervaringen opdoen is essentieel. Een veranderingsproces kost veel tijd. Iedereen maakt periodes door waarin het oude patroon de kop wil opsteken of terugkeert. Het is dan belangrijk om, wanneer dat gebeurt, niet in alles-of-niets termen te denken, jezelf niet weer opnieuw te veroordelen, maar vooral te kijken naar wat er aan de hand is, waarom het gebeurt, en vervolgens de draad weer op te pakken.

Enkele citaten van mensen die uit eigen ervaring weten dat het leven de moeite waard is en dat je wel degelijk volledig kunt genezen van dwangmatig eten.

“Als ik vergelijk hoe ik was toen ik begon en hoe ik nu ben, zijn er twee woorden die belangrijk zijn: afhankelijkheid (toen) en kracht (nu). Toen ik startte was ik als een gevangen vogeltje dat zich moe en miserabel voelde, vrij wilde zijn, maar twijfelde of ik ooit de kracht op kon brengen om mijn vleugels te spreiden en te vliegen.
Gaandeweg heb ik geleerd dat ik veel krachtiger ben dan ik me ooit voelde. Ergens ver weg vanbinnen wist ik het, maar kon het niet meer voelen. Toen was ik afhankelijk, verdrietig, door en door moe, eenzaam, gevangen in mijn verslavingen (alcohol en eten) Nu ben ik meestal krachtig, vrij in

Mijn keuzes en het vormen van mijn leven, open en blij, energieker en leef ik gezond”.

“Ik heb de illusie achter me gelaten dat mijn ouders er voor me moeten zijn op de manier zoals ik dat wens. De oude onvervulde kind behoeften heb ik losgelaten. Ik heb me met ze verzoend. Ze zijn nog steeds dezelfde mensen, maar ik zie ze nu met andere ogen. Ook heb ik de illusie achter me gelaten dat mijn partner mij gelukkig moet maken. Dat waren ‘kind ’wensen. Ik ben nu zover dat ik zelf verantwoordelijkheid draag voor mijn bestaan. Ik heb nu het diepe besef dat ik altijd op mezelf kan terugvallen, wat er ook gebeurt. Ik ben de kapitein van mijn schip”.

“Ik dacht vroeger: Als ik maar eenmaal een relatie heb en samenwoon, dan heb ik geen problemen meer. Dan hoef ik niet meer te vreten, dan ben ik gelukkig. Ik maakte mij hierdoor afhankelijk van mijn vriend, want hij moest mij gelukkig maken. Nu besef ik dat niemand mij gelukkig kan maken, ja hooguit tijdelijk. Ik heb het geluk in mezelf te vinden. Dat gaat me steeds beter af. Hierdoor is mijn relatie ook veel luchtiger geworden”.



Worstel jij met Boulimia Nervosa?
Of ken je iemand uit je omgeving en heb je een specifieke vraag?

Ik ben ervaringsdeskundige en gespecialiseerd in dit thema.
Bel gerust (06-54 71 54 67) of stuur een e-mail via de contact pagina ›

 

Attribution original picture | Attribution user | Attribution 2.0 Generic